Toen mijn opa, Klaas Ursem, eind jaren dertig zijn bouwbedrijf in Wognum oprichtte, had hij waarschijnlijk niet kunnen voorzien hoe lang het bedrijf onderdeel van onze familie zou blijven. Wat begon bij één ondernemer, werd voortgezet door zijn acht zonen. Vervolgens trad ook de derde generatie toe en werkten vijf neven mee binnen het familiebedrijf. Binnen onze familie was één uitgangspunt vanzelfsprekend: het bedrijf werd doorgegeven aan de volgende generatie.
Een gedachte die destijds niet uniek was. In veel Nederlandse familiebedrijven gold hetzelfde: de vraag was niet óf het bedrijf binnen de familie zou blijven, maar wie het stokje zou overnemen. Tegenwoordig lijkt die vanzelfsprekendheid steeds verder te verdwijnen. Recent onderzoek van ABN AMRO laat zien dat slechts één op de vijf Nederlandse ondernemers uitdrukkelijk kiest voor overdracht binnen de familie. Van de ondernemers die uiteindelijk een route buiten de familie kiezen, geeft 80 procent als belangrijkste reden op dat er simpelweg geen interesse binnen de familie is. Dat is een ontwikkeling die goed te begrijpen is. Kinderen bouwen steeds vaker hun eigen carrière op, buiten het bedrijf van hun ouders, gedreven door andere ambities dan die van de generatie ervoor.
De vraag is niet langer wie het bedrijf overneemt, maar wat nodig is om het ook voor de volgende generatie succesvol te houden. Overdracht binnen de familie blijft uiteraard een mogelijkheid. In andere gevallen blijft het eigendom in familiehanden, terwijl de dagelijkse leiding wordt overgedragen aan een externe directeur. Ook kiezen ondernemers steeds vaker voor een management buy-out of verkoop aan een strategische partij. Welke route het beste past, hangt uiteindelijk af van wat de onderneming nodig heeft om succesvol te blijven. Dat vraagt om lastige keuzes. Zeker voor familieondernemers die hun bedrijf jarenlang hebben opgebouwd.
Tegelijkertijd schuilt daarin ook een positieve ontwikkeling. Het belang van de onderneming, haar medewerkers en haar klanten komt steeds vaker centraal te staan. Misschien is dat wel de grootste verandering binnen het Nederlandse familiebedrijf. Niet langer staat de familie centraal, maar de continuïteit van de onderneming. En daardoor draagt de beste opvolger niet altijd dezelfde achternaam.