De baas die zijn kind niet durft te ontslaan

David Weller is executive coach bij Weller Management. Oud-interimmanager, revalidatietherapeut en personal trainer: de man die ondernemers één-op-één de vragen stelt die ze het liefst zouden ontwijken.

Er is een baan in Nederland waarvoor je nooit hoeft te solliciteren en waaruit je bijna nooit ontslagen wordt. Die baan heet: kind van de directeur.

Ik zat laatst samen met een ondernemer van tegen de 60. Derde generatie, mooi bedrijf, één van die bijna 300.000 familiebedrijven waar we in dit land trots op zijn. Terecht, ze leveren ruim 31 procent van alle banen. Maar hij zat er niet trots bij. Hij zat erbij zoals je erbij zit als je iets moet zeggen wat je al drie jaar inslikt.

“Mijn kind presteert niet”, zei hij. En daarna werd het stil.

Ik vroeg wat hij eraan gedaan had en gaat doen. Hij gaf geen antwoord, maar non-verbaal wel.

Dit is het taboe dat in familiebedrijven geld kost. Niet de opvolging, niet de belasting. Het is die ene stoel die bezet wordt door iemand die er alleen zit omdat hij de goede achternaam heeft.

Het kind is aardig. Werkt hard. En leidt ondertussen een afdeling die niet meegroeit. Iedereen op de werkvloer ziet het gebeuren. Iedereen behalve vader. Die kijkt met zijn hart, en het hart is een slechte HR-manager.

Ik snap het wel. Maar je houdt niet minder van je kind door het weg te halen van een plek waar het verzuipt. Je houdt er juist meer van. Wat die vader in stand hield, was niet zijn kind. Het was zijn eigen ongemak, verpakt als loyaliteit.

Dat is geen goed ouderschap. Dat is bang zijn, met een familieband als excuus.

Gek genoeg zijn de sterkste familiebedrijven die ik ken juist strenger voor elkaar dan voor de rest. Familie komt daar binnen via de trap, niet via de lift.

Dat kind van die ondernemer? Werkt inmiddels ergens anders, op een plek die past. Belt zijn vader nog elke zondag. Zijn oude functie wordt nu gedaan door iemand die er wél voor gekozen is.